Publication Laka-library:
Verslag over het jaar 1984 (1985)
| Author | EZH |
| Date | May 1985 |
| Classification | 1.01.7.34/06 (UTILITIES - OTHER/GENERAL) |
| Front |
|
From the publication:
TECHNISCH GEDEELTE
Produktievermogen
In de openbare centrales in Zuid-Holland werden in het jaar 1984 geen nieuwe
produktiemiddelen in bedrijf genomen. Er vonden slechts mutaties plaats in het
netto-vermogen van enige oudere eenheden.
De STEG-eenheid van het Gemeentelijk Energiebedrijf van ’s-Gravenhage toonde
tijdens de SEP-proef een netto-vermogen aan van 79 MW. Vanaf 1 juni 1984 is
deze 79 MW opgenomen in het opgestelde produktievermogen in SEP-verband.
Tot deze datum werd nog rekening gehouden met 76,5 MW.
SEP-proeven zijn eveneens voltooid met eenheid 5 in de centrale Rotterdam/
Waalhaven en de gasturbines in de centrales Delft en Rotterdam/Waalhaven.
Eenheid 5 toonde na een uitgebreide revisie een netto-vermogen aan van 340 MW
(voorheen 313 MW). Ook dit vermogen telde vanaf 1 juni 1984 mee in het in
SEP-verband opgestelde produktievermogen.
Bij de vier delftse gasturbines werd een totaal netto-vermogen aangetoond van
96,4 MW tegenover 97,4 MW vóór de SEP-proef. In de centrale Rotterdam/
Waalhaven werd het vermogen van de gasturbine vastgesteld op 14,3 MW in
plaats van 14,2 MW.
Per 1 december 1984 werden deze wijzigingen verwerkt in het in SEP-verband
opgestelde produktievermogen.
In de centrale Leiden werd de bouw van de STEG-eenheid met een vermogen van
circa 75 MW voortgezet. De vanaf 1956 in dienst zijnde tegendrukturbine, met een
vermogen van 4,9 MW, is per 1 maart 1984 definitief buiten gebruik gesteld.
In de centrale Maasvlakte is eenheid 1 in augustus 1984 uit bedrijf genomen om
omgebouwd te worden op het stoken van kolen. De ombouw van eenheid 2 werd
voortgezet. Naar verwachting zal eenheid 2 medio 1987 weer gereed zijn voor
produktie en eenheid 1 een jaar later.
De verdeling van het in Zuid-Holland in SEP-verband opgestelde
produktievermogen is ten aanzien van de geschiktheid voor het verstoken van
verschillende brandstofsoorten, gerekend naar de toestand aan het einde van het
verslagjaar, als volgt:
Vermogen
Geschikt voor het verstoken van MW %
Aardgas of olie 2.578*) 91
Aardgas 226 8
Kerosine 14 1
Totaal 2.818 100
*) Inclusief de beide eenheden van de centrale Maasvlakte, die uit bedrijf zijn
genomen in verband met ombouw naar het stoken van kolen. In SEP-verband
worden deze eenheden in de verrekening fictief als beschikbaar beschouwd.
This publication is only available at Laka on paper, not as pdf.
You can borrow the publication or request a copy. When we're available, this is possible for a small fee.