Laka Foundation

Publication Laka-library:
Organisatie Elektriciteitsvoorziening (1984)

Author2e Kamer
Date1984
Classification 1.01.7.34/12 (UTILITIES - OTHER/GENERAL)
Front

From the publication:

43ste vergadering: Vaste commissie voor Economische Zaken *

Maandag 23 januari 1984
Aanvang 11.15 uur

Voorzitter: Cornelissen
Aanwezig zijn 15 leden der Kamer, te weten:
Cornelissen, Van der Spek, Van der Hek, Van der Doef, Braams, Van der
Linden, Lansink, Zijlstra, Van Iersel, Eshuis, Alders, Tommel, Wagenaar, Schutte 
en Rempt-Halmmans de Jongh, en de heer Van Aardenne, minister van 
Economische Zaken, die vergezeld is van  enige ambtenaren.

Aan de orde is de behandeling van het onderdeel organisatie van de
elektriciteitsvoorziening van de begroting van Economische Zaken voor 1984 
(18100-XIII).

De beraadslaging wordt geopend.

De heer Zijlstra (PvdA): Mevrouw de Voorzitter! De eerste indruk die men heeft 
als men probeert de Nederlandse elektriciteitsvoorziening van enige afstand, op 
armlengte zogezegd, te bezien, is die van heterogeniteit, zelfs van versnippering en 
van regionalisme dat niet meer past bij het nationale en internationale karakter van 
dit deel van de energie-economie. Het is interessant deze eerste indruk te toetsen 
aan de historie van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening, dus in de tijd, en aan 
de opbouw in omringende landen met een ongeveer gelijk ontwikkelingsniveau, 
dus in de ruimte.
Bij de terugblik in de tijd zijn twee momenten van belang, namelijk de aanvaarding 
van de Electriciteitswet in 1938 en de uitbreiding van de ministeriële 
verantwoordelijkheid in 1973. In 1938 zei de toenmalige minister van Verkeer en 
Waterstaat dat de elektriciteitsvoorziening, al moge zij dan hier te lande in 
onderdelen aan hoge eisen van economie voldoen, nochtans in haar geheel niet tot 
een zodanig peil van efficiency was opgevoerd als mogelijk en in de tegenwoordige 
tijdsomstandigheden wel zeer dringend nodig te achten was. Dit zijn bekende 
geluiden.
Hij zei verder dat men niet radicaal van stelsel moet willen veranderen, maar dat 
men de economie van de elektriciteitsvoorziening in haar geheel moet bevorderen. 
Dat was volgens hem nodig om de elektriciteitsvoorziening in het vervolg als een 
nationale zaak te kunnen zien. De minister zei ten slotte dat het van groot belang 
was om van stonde af de verdere uitbreiding van de elektriciteitsvoorziening in het 
kader te plaatsen van een nationale voorziening.
Zoals gezegd, zijn dit bekende geluiden.
Ook toen leidden ze al niet tot een werkelijk nationale aanpak. Na de afwijzing in 
1920 van een wetsontwerp dat concentratie van de elektriciteitsvoorziening
beoogde, kwam het ook in 1938 niet tot een nationale bundeling. De verschillende 
voltages voor kleinverbruik verdwenen, maar de organisatorische versnippering 
bleef.

This publication is only available at Laka on paper, not as pdf.
You can borrow the publication or request a copy. When we're available, this is possible for a small fee.