Publication Laka-library:
Milieu-effectrapport behorende bij de aanvraag tot wijziging van de Kew-vergunning van COVRA NV

AuthorCOVRA
1-01-9-13-16.pdf
DateAugust 1995
Classification 1.01.9.13/16 (COVRA INTERIM WASTE STORAGE - LICENSING PROCEDURES & LAWSUITS)
Front

From the publication:

SAMENVATTING

I ALGEMEEN

Achtergrond

Het beleid van de Nederlandse overheid inzake radioactief afval is gericht 
op het realiseren van één centrale verwerkings- en opslagfaciliteit. De 
praktische uitvoering van dit beleid is in handen gelegd van de Centrale 
Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) NV.

Door COVRA zijn daarvoor in 1989 de benodigde vergunningen, waaronder een 
Kernenergiewet (Kew)-vergunning, aangevraagd. De vergunningaanvraag werd 
vergezeld door een milieu-effectrapport (MER).
De in 1989 verleende Kew-vergunning is ingeperkt door een uitspraak van 
de Raad van State. Bepaald is dat COVRA. uitsluitend dat gedeelte mag 
oprichten, dat nodig is voor het afval van de twee bestaande 
kernenergiecentrales en een gelijkblijvend aanbod van afval uit 
ziekenhuizen, de industrie en onderzoeksinstellingen.

Wijziging van de huidige Kew-vergunning

De in 1989 ingediende vergunningaanvraag was gebaseerd op de toen 
aanwezige kennis van het afvalaanbod en van de technische mogelijkheden 
van de verwerkingsinstallaties. Gaandeweg zijn het werkelijke afvalaanbod 
en de noodzakelijk geachte verwerkings- en opslagmethode echter veranderd. 
Zowel de aard als de hoeveelheden van het laag- en middelradioactief afval 
maar ook van het hoogradioactief afval hebben veranderingen ondergaan.
COVRA heeft daarom een aanvraag tot wijziging van de Kew-vergunning ingediend, 
waarvan het onderhavige MER onderdeel uitmaakt.

Doel van de wijziging is COVRA in staat te stellen:

- zorg te blijven dragen voor het radioactief afval in Nederland, inclusief 
de niet eerder beschouwde afvalstromen,
- de bedrijfsvoering voor de verwerking van het laag- en middelradioactief 
afval verder te optimaliseren,
- het ontwerp van de opslaggebouwen voor zowel laag- en middelradioactief 
afval als hoogradioactief afval te optimaliseren.