Publicatie Laka-bibliotheek:
Ruimtelijke verkenning SMR’s Overijssel. Eindrapport (2026)
| Auteur | Tractebel Engie, T.Tielens, T.De Leus, S.Mari |
![]() |
1-01-0-25-23.pdf |
| Datum | mei 2026 |
| Classificatie | 1.01.0.25/23 (NIEUWE KERNCENTRALES - SMRs PROVINCIES & GEMEENTEN) |
| Voorkant |
Uit de publicatie:
Ruimtelijke verkenning SMR’s Overijssel Eindrapport Tractebel Engie 22 mei 2026 Titus Tielens, Tomas De Leus, Suresin Mari Samenvatting 2 Introductie Provincie Overijssel streeft naar een gebalanceerde, duurzame energiemix en zelfvoorzienendheid in de productie van elektriciteit en warmte. Kleine modulaire reactoren (SMR’s) kunnen een pijler zijn in een toekomstig energiesysteem. Echter, er is nog onvoldoende inzicht in de potentie, kosten en ruimtelijke impact van SMR’s. Provincie Overijssel heeft daarom een onderzoek uitgezet om mogelijke vestigingsgebieden van SMR’s in kaart te brengen, kijkend naar de technisch-fysieke inpassingsmogelijkheden, uitgaande van de bestaande situatie, los van politieke overwegingen en mogelijke toekomstige planologische ontwikkelingen. Ingenieursbureau Tractebel heeft de ruimtelijke verkenning uitgevoerd in de periode januari-mei 2026. Op basis van de internationaal erkende exclusie- en evaluatie criteria (gedefinieerd in SSG-35)van de IAEA is een inventarisatie gemaakt van gebieden die in eerste instantie geschikt lijken voor vestiging van een SMR. Deze gebieden worden in dit rapport aangeduid met de term mogelijke gebieden. De verkenning houdt rekening met de kenmerken van Overijssel. Er is relatief veel natuur, weinig koelwater, weinig industrie en een voor Nederlandse begrippen beperkte vraag naar energie. Het resultaat is nadrukkelijk een eerste verkenning, die informatie oplevert voor verdere beleidsvormingen/of eventuele (private) SMR-initiatieven. De verkenning doet geen definitieve uitspraken, maar geeft alleen aan wat de meer of minder logische vestigingsgebieden zijn. Als zich in de toekomst concrete kansen voor doen voor een specifieke SMR op een specifieke locatie, dan zal diepgaand vervolgonderzoek in alle gevallen nodig zijn.
