Publicatie Laka-bibliotheek:
Verslag over het jaar 1980 (1981)
| Auteur | VEEN |
| Datum | maart 1981 |
| Classificatie | 1.01.7.30/17 (ELEKTRICITEIT - BEDRIJVEN - SEP, VEEN, VDEN, AI) |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
Algemeen overzicht Voor de vereniging en haar leden was het jaar 1980 een bijzonder jaar. Voor het eerst sedert de Tweede Wereldoorlog is het elektriciteitsverbruik in Nederland niet toegenomen. Vergeleken met het gebruik in 1979verminderde in 1980 het stroomverbruik zelfs met 0,2 %. De belangrijkste oorzaak hiervan is de afname van de produktie door de industrie die ruim de helft van het totale energieverbruik voor haar rekening neemt. Deze teruggang is duidelijk te verklaren uit een teruglopende conjunctuur. Met name in de categorie giganten (de zeer grote verbruikers), voornamelijk bestaande uit de sterk conjunctuurgevoelige chemische, petrochemische en metallurgische industrieën daalt het elektriciteitsverbruik. Hierbij dient bedacht te worden dat deze daling mede veroorzaakt wordt vanwege het feit dat een aantal ondernemingen ertoe overgaat om zelf d.m.v. warmte/kracht- koppeling elektriciteit op te wekken. Een verdere ontwikkeling in deze richting lijkt zich te zullen voltrekken mede dankzij de beginsel-regelingen die voor terugleveringen van elektriciteit zijn voorzien in het rapport van de door de Minister van Economische Zaken ingestelde commissie warmte/krachtkoppeling in de industrie, dat in december van het verslagjaar is uitgebracht. De elektriciteitsbedrijven in wier voorzieningsgebied zich industrieën bevinden, welke wel warmte behoeven doch niet in die mate dat eigen opwekking lonend is, zouden in het kader van de energiebesparing positief op deze ontwikkelingen kunnen inspelen d.m.v. het treffen van voorzieningen waardoor naast het leveren van elektriciteit ook het leveren van warmte (in de vorm van stoom) tot hun taak zal gaan behoren. Door de toename van het aantal huishoudingen neemt het verbruik door alle huishoudingen tezamen nog enigszins toe. In 1979 bedroeg deze toename nog 5,6 % t.o.v. het verbruik in 1978; in 1980 was t.o.v. het verbruik in 1979 sprake van een toename van 1,5 %. Per huishouding is het stroomverbruik gemiddeld niet toegenomen, mogelijk zelfs iets gedaald. Aangenomen wordt dat de stabilisatie van het elektriciteitsverbruik in de huishouding voornamelijk het gevolg is van de vervanging van oude, meer energieverbruikende apparatuur. Daarnaast zal ook het kostenaspect een besparende invloed hebben gehad. De kosten van het totale huishoudelijke energiepakket zijn sterk toegenomen als gevolg van de aanzienlijke stijging van de brandstofprijzen terwijl de consument met een stabilisatie of zelfs daling van zijn koopkracht werd geconfronteerd. Intussen zullen zeker ook de energiebesparingscampagnes van invloed zijn geweest. Het nationale energiebeleid en de toekomstige organisatie van de nutsbedrijven in Nederland, vroegen in 1980 veel aandacht van de vereniging en haar leden. In september 1979 verscheen het eerste deel van de door de Minister van Economische Zaken opgestelde Nota energiebeleid waarin uiteengezet werd dat het toekomstige door Nederland te voeren energiebeleid moet worden gericht op twee hoofdlijnen: besparing en spreiding van het primaire energieverbruik over meer bronnen (diversificatie). In de Kolennota, het tweede deel van deze Nota wordt de tweede doelstelling met betrekking tot steenkool uitgewerkt, onder meer in die zin dat rond de eeuwwisseling ten minste 40 % van de openbare elektriciteitsproduktie door middel van steenkool dient te worden opgewekt.
Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.