Publicatie Laka-bibliotheek:
Van EPON-I naar EPON-II (1986)
| Auteur | Elektriciteitsbedrijf Groningen en Drente, PEB, PGEM, IJsselcentrale |
| Datum | maart 1986 |
| Classificatie | 1.01.7.32/14 (ELEKTRICITEIT - BEDRIJVEN - PGEM, IJSSELCENTRALE, EPON) |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
1 Inleiding Op 7 oktober 1985 vergaderden in Zwolle vertegenwoordigers van de raden van commissarissen van nv PEB, nv PGEM en nv IJsselcentrale en van het dagelijks bestuur van het EGO te samen met de directies van deze bedrijven. Onderwerp van bespreking was: de mogelijkheid tot samenwerking op het gebied van de grootschalige produktie van elektriciteit. In het kader van de herstructurering van de grootschalige produktie van elektriciteit in Nederland waren PGEM en IJsselcentrale op dat moment reeds ver gevorderd met de voorbereiding van de oprichting van de nv Elektriciteits-Produktiemaatschappij Oost-Nederland (EPON). Van meet af aan hebben deze beide bedrijven de intentie uitgesproken de samenwerking uit te breiden met andere zusterbedrijven, waarbij in najaar 1984 is uitgesproken dat samenwerking met één of beide noordelijke bedrijven, PEB-Friesland en het Elektriciteitsbedrijf voor Groningen en Drenthe het meest logisch zou zijn. Daarbij is onder meer aangegeven dat het dringend gewenst is dat de samenwerkende bedrijven een overeenkomende juridische structuur zullen hebben, en wel die van een naamloze vennootschap, onder meer omdat daardoor een gelijkheid in besluitvormingsprocedures wordt bereikt. In najaar 1984 kenden noch het PEB-Friesland, noch het EGO de nv-vorm, hoewel de eerste stappen voor het verkrijgen van deze rechtsvorm toen reeds waren gezet. In het najaar 1985 was het PEB-Friesland een naamloze vennootschap en het EGD vergevorderd op de weg naar verkrijging van de nv-status. Tijdens de eerder genoemde bespreking op 7 oktober 1985 werd geconcludeerd dat het gezien de landelijke ontwikkelingen van belang is dat er een samenwerking ontstaat tussen de vier bedrijven; dit belang geldt voornamelijk de mogelijkheid tot het verwerven van nieuw grootschalig produktievermogen in de regio. Bij de beoordeling van de mogelijkheden tot samenwerking speelt een aantal aspecten een rol zoals: • een gezamenlijke opstelling in SEP-verband, de nieuw te vormen samenwerkings- nv zal immers in de plaats van de vier bedrijven in de SEP opereren; • financiële inbreng en zeggenschapsverhoudingen; • de soorten grootschalig produktievermogen, die de samenwerkings-nv zal bouwen en beheren. In de vergadering van 7 oktober 1985 is aan de directies van de vier bedrijven gevraagd een rapport op te stellen over de wijze waarop zij zich voorstellen verder gestalte te geven aan de uitbreiding van de samenwerking in EPON-verband tot deze vier bedrijven, waarbij onder meer aandacht aan de hierboven genoemde aspecten zal worden besteed. Het gevraagde rapport ligt thans voor u. Ter toelichting diene dat waar in dit rapport wordt gesproken over EPON-I gedoeld wordt op de door PGEM en IJsselcentrale opgerichte nv Elektriciteits- Produktiemaatschappij Oost-Nederland. Met EPON-II wordt gedoeld op de eventuele
Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.