Publicatie Laka-bibliotheek:
Milieueffectenrapport eindberging kernafval

AuteurNIRAS, De Preter, Lalieux, Demarche
2-03-4-10-14.pdf
Datumapril 2020
Classificatie 2.03.4.10/14 (BELGIË - AFVAL)
Opmerking Milieueffectenrapport (Strategic Environmental Assessment – SEA) voor het voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van het goedkeuringsproces voor de nationale beleidsmaatregelen met betrekking tot het langetermijnbeheer van geconditioneerd hoogradioactief en/of langlevend afval en tot bepaling van de beheeroplossing op lange termijn voor dit afval
Voorkant

Uit de publicatie:

Samenvatting

Ter uitvoering van haar wettelijke opdrachten stelde NIRAS — de openbare instelling met
rechtspersoonlijkheid die belast is met het beheer van radioactief afval in België — in juni 2018
haar voogdij voor om de basis te leggen voor de toekomstige nationale beleidsmaatregelen voor
het langetermijnbeheer van geconditioneerd hoogactief en/of langlevend afval. Het voorstel,
dat ze heeft gedaan in de vorm van een voorontwerp van koninklijk besluit, legt het proces voor
de goedkeuring van deze beleidsmaatregelen vast en definieert de oplossing voor het
langetermijnbeheer van dit afval als “een geologische-bergingssysteem op Belgisch grond-
gebied”. Deze oplossing vormt het eerste deel van de beleidsmaatregelen. Het voorstel bepaalt
dat de beleidsmaatregelen nog andere delen zullen omvatten, die bij opeenvolgende koninklijke
besluiten zullen worden vastgesteld, waaronder met name het besluitvormingsproces en de
keuze van de site(s) waar de berging zal worden uitgevoerd.

Geologische berging is een duurzame oplossing voor de milieuproblematiek die het geconditio-
neerde hoogactieve en/of langlevende afval vormt. Dit afval vormt immers een risico over een
zeer lange periode en moet voor enkele honderdduizenden jaren, of zelfs een periode in de orde
van een miljoen jaar, worden afgezonderd van mens en milieu. Het wordt momenteel veilig
opgeslagen in speciale gebouwen, maar het behoud van de veiligheid tijdens de opslag berust
permanent op menselijk handelen. De veiligheid van geologische-bergingssystemen steunt
daarentegen op het vermogen van de talrijke, zowel kunstmatige als natuurlijke, barrières, om
het radioactieve afval in te sluiten en voldoende en lang genoeg af te zonderen van de biosfeer
zonder dat er herhaaldelijk menselijk ingrijpen nodig is. Dit is een reglementaire vereiste. Het
is dit soort oplossing dat alle andere landen met een nationale beleidsmaatregel voor het
langetermijnbeheer van hun geconditioneerde hoogactieve en/of langlevende afval hebben
gekozen. Er bestaat overigens geen redelijke vervangingsoplossing voor geologische berging.
In België is geologische berging al meer dan veertig jaar het voorwerp van onderzoeks-,
ontwikkelings- en demonstratiewerkzaamheden, die herhaaldelijk zijn geëvalueerd door
Belgische en buitenlandse experts. Volgens deze evaluaties kan België op deze weg voortgaan:
er is voldoende vertrouwen dat de veiligheid van geologische berging kan worden aangetoond
en dat ze met industriële technieken op Belgisch grondgebied kan worden uitgevoerd.

De nationale beleidsmaatregelen worden beschouwd als plannen of programma’s in de zin van
de wet van 13 februari 2006 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van
bepaalde plannen en programma’s en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de
plannen en programma’s in verband met het milieu. Het voorgestelde voorontwerp van
koninklijk besluit vormt dus een ontwerpplan, waarvan NIRAS de auteur is en waarvan de
milieueffecten moeten worden beoordeeld.

Deze milieueffectenbeoordeling is gedeeltelijk en in essentie beschrijvend van aard, vanwege
het conceptuele en generieke karakter van het Plan. Het preciseert immers niet de te
ontwikkelen en uit te voeren oplossing voor geologische berging: het geeft noch het waar
(geologische gastformatie, bergingsdiepte en bergingssite), noch het hoe (bergingsconcept en
uitvoeringstechnieken), noch het wanneer (begin van de exploitatie, in het beste geval binnen
enkele tientallen jaren) aan. In deze eerste evaluatie wordt evenmin rekening gehouden met
bepaalde soorten milieueffecten, hetzij omdat de beoordeling ervan in dit stadium irrelevant of
onmogelijk is — zoals het effect op de lucht, het effect op de mens van geluidshinder en stof,
het effect op de menselijke activiteiten of de wijziging van het landschap —, hetzij omdat het
effect zelf irrelevant of verwaarloosbaar wordt geacht — zoals het effect op het klimaat. Deze
evaluatie zal daarom moeten worden gevolgd door andere, meer specifieke en gedetailleerde
evaluaties in latere stadia van de goedkeuring en uitvoering van de nationale beleids-
maatregelen. Op termijn zullen alle relevante milieueffecten van het Plan, dat uiteindelijk
geconcretiseerd zal worden door een of meer projecten, in detail beoordeeld zijn.