Stichting Laka

Publicatie Laka-bibliotheek:
Eén jaar na Tsjernobyl (1987)

AuteurWetenschap & Samenleving
Datumapril 1987
Classificatie 2.34.8.10/03 (TSJERNOBYL - ONGELUK & OMGEVING - ALGEMEEN)
Voorkant

Uit de publicatie:

Eén jaar na Tsjernobyl

REDAKTIONEEL

De explosie in één van de karcentrales te Tsjernobyl zal nog lang nagalmen in de 
nukleaire geschiedenis. De ramp was er dan ook naar: op de korte termijn vielen er 
31 doden. 135.000 mensen moesten worden geëvakueerd. Bijna een half miljard 
Europeanen werd blootgesteld aan extra doses straling. In Lapland moesten vele 
tienduizenden rendieren worden afgemaakt en wordt het voortbestaan van de 
Lappen bedreigd. In heel Europa raakte bladgroente en melk besmet. In de Sovjet-
Unie zijn duizenden vierkante kilometers landbouwgrond onbruikbaar geworden. 
De ekonomische schade liep in de tientallen miljarden.
De tegenstanders van kernenergie kregen door het ongeluk in Tsjernobyl gelijk. 
Wat onmogelijk was, gebeurde toch! Door een vermogensexkursie explodeerde 
de Russische centrale met een kracht van één à tien ton TNT. (Ter vergelijking:
Rotterdam werd in mei 1940 verwoest door 100 ton TNT. Hiroshima in augustus 
1945 door 12.500 ton TNT). Door de hevige explosie werd de duizend ton zware 
bovenplaat van het gebouw geblazen en kwamen de radioaktieve stoffen direkt in 
de open lucht. Hierdoor werd de radioaktieve uitstoot van Tsjernobyl groter dan 
tegenstanders in hun stoutste beschouwingen hadden becijferd. Kerncentrales 
vormen een makro-risiko door het katastrotale karakter van een groot ongeluk, 
door de aantasting van de biosfeer, door de bijna mondiale besmetting en door 
de langetermijngevolgen, aldus de tegenstanders.
De voorstanders van kernenergie kregen ook gelijk. Het grootste reaktorongeluk uit 
de geschiedenis had geen duizenden of tienduizenden direkte doden tot gevolg, zoals 
zo vaak was berekend, maar slechts enkele tientallen. Bovendien vielen deze doden 
als helden tijdens de bestrijding van de ramp. Onder de omwonenden is nog niet één
dode gevallen. Een kernramp valt uiteindelijk best mee!
Terwijl voor- en tegenstanders elkaar in de haren vliegen over de oorzaken en 
gevolgen van de ramp, gaat de groei van het nukleaire vermogen onverdroten door. 
In het jaar van Tsjernobyl kwamen er 21 nieuwe kerncentrales klaar en eind 1986 
bedroeg het nukleaire vermogen 275 Gigawatt elektrisch (GW(e)). Elke maand 
komen er bijna twee kerncentrales bij. In 1973 was het nucleaire vermogen nog maar 
40 GW(e); in 1983 190 GW(e). De groei zit er -ondanks alle ongelukken en ondanks 
alle maatschappelijke verzet - nog altijd goed in. Natuurlijk wordt de groei geremd 
door Tsjernobyl. Kerncentrales zullen vaker worden stilgelegd voor kontroles en 
vervroegd uit bedrijf worden genomen. Maar zelfs in het geval van een sterk geremde 
groei, zal in het jaar 2000 het nukleaire vermogen groter zijn dan 600 GW(e). Wij 
moeten ons dus voorbereiden op een nukleaire toekomst. Vandaar dit themanummer
over Tsjernobyl. Hierin legt Jan van Benturn uit hoe het onmogelijke toch kon 
gebeuren. Willem de Ruiter beschrijft de gevolgen van het vrijkomen van een groot 
deel van de radioaktieve inhoud van de centrale. Door gelukkige omstandigheden was 
de lokale radioaktieve fall-out gering en verspreidde de radioaktieve wolk zich over 
heel Europa. Hierdoor was de politieke fall-out echter zeer groot. Casper Schuuring 
geeft daarvan een overzicht. Sible Schöne schetst in zijn bijdrage de strategie van de 
antikernenergiebeweging na Tsjernobyl. De jurist Gerrit van Maanen pleit voor een 
verbetering van de rechtspositie van slachtoffers bij kernrampen en de vakdidactici 
Harrie Eijkelhof, Kees Klaassen en Rudolf Scholte behandelen de denkbeelden bij 
het publiek over straling.

Willem de Ruiter

Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.