Publicatie Laka-bibliotheek:
Samenvattend voortgangsrapport radioactiviteitsmetingen in verband met het nucleaire ongeval te Tsjernobyl over de periode 1-12 mei 1986 (1986)
| Auteur | RIVM |
![]() | - |
| Datum | mei 1986 |
| Classificatie | 2.34.8.20/07 (TSJERNOBYL - GEVOLGEN NEDERLAND - ALGEMEEN) |
| Opmerking | Zie 2.34.8.20/15 |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
SAMENVATTING Het op 26 april 1986 opgetreden ongeval met de Russische kerncentrale te Tsjernobyl leidde op 2 mei tot de passage van een met radioactiviteit verontreinigde luchtmassa over ons land. Piekwaarden van het belangrijkste radionuclide jodium-131 bereikten omstreeks het middaguur te Bilthoven niveaus van 20 Bq/m3. Mede door de regen die op 3 mei inzette, daalden vervolgens de waarden in de lucht snel. Er bestaat grote onzekerheid over de hoeveelheden radioactieve stoffen, die bij het ongeval zijn vrij gekomen. Volgens een zeer ruwe schatting is uit de kerncentrale te Tsjernobyl 20% van de activiteit aan jodium-131 geëmitteerd, oftewel 6,0 x 10 17 Bq. RIVM berekeningen van de emissiehoeveelheden geven voor cesium-137 een waarde van 4,3 x 10 16 Bq, voor strontium-90 van 3,9 x 10 16 Bq en voor plutonium-239 van 7,4 x 10 13 Bq. De depositie van de radionucliden in Nederland is afhankelijk van hetmoment van vrijkomen, de vluchtigheid e.d. Plutonium kon in ons land tot nog toe niet worden aangetoond. Gegevens over strontium-89 en strontium-90 zullen medio mei beschikbaar komen. Voor jodium-131 is de geschatte gemiddelde depositie op ons land 7000 Bq/m2. Dit betekent een totale depositie in Nederland van 0,04% van de te Tsjernobyl geëmitteerde hoeveelheid jodium-131. Buitenlandse gegevens leveren momenteel nog geen consistent beeld op. Vermoedelijk is de depositie in delen van Finland, Bulgarije, Polen en Hongarije ongeveer een factor 10 hoger. De piek in radioactiviteit in de lucht op 2 mei werd gevolgd door een piek in de neerslag op 3 mei van 2300 Bq/1 I-131 te Wageningen. Spoedig daarna daalden de gehalten met een factor 50. Op 4 mei vertoonde ook het water van de Maas te Eijsden een piek in de totale bèta-activiteit van 14.000 Bq/m3 waarvan 9000 Bq/m3 uitjodium-131 bestond. In tegenstelling tot deze regenrivier, met zijn relatief klein stroomgebied, vertoonde de Rijn te Lobith pas op 7 mei piekwaarden die ongeveer even hoog waren. In drinkwater is de radioactiviteit beneden 1 Bq/1 gebleven.
Deze publicatie is digitaal beschikbaar in de Laka-biblitoheek maar de pdf staat niet online.
Mail ons (info@laka.org) als u de pdf toegestuurd wilt krijgen (met onderwerp, volgnummer en titel). U kunt natuurlijk ook langskomen.
