Vergunning NRG voor gebruik laag verrijkt uranium


De minister van Infrastructuur en Milieu heeft de ontwerpvergunning gepubliceerd voor onder meer de laatste fase van de omschakeling van de HFR van hoog verrijkt naar laag verrijkt uranium. Hoog verrijkt uranium in de brandstof was al enige tijd beëindigd, nu moet het hoog verrijkt uranium in de ‘targets’ voor de productie van de grondstof voor medische isotopen, ook eindigen. Van 6 april tot en met 17 mei 2017 liggen de ontwerpvergunning en het milieueffectrapport in verband met de conversie ter inzage en kunnen er zienswijzen ingediend worden.

NRG produceert op de Onderzoekslocatie Petten het radioisotoop Molybdeen-99 (Mo-99), dat naar radioactief technetium-99 (Tc-99m) vervalt. Tc-99m is het meest gebruikte radioisotoop in de gezondheidszorg en wordt toegepast voor diagnostiek. Bij de productie van Mo-99 wordt op dit moment hoog verrijkt uranium (HEU) gebruikt in de ‘targets’. Omdat in het kader van het non-proliferatieverdrag wereldwijd HEU wordt vervangen door laag verrijkt uranium (LEU), is NRG ook bezig over te schakelen op LEU voor de productie van Mo-99. De minister van IenM heeft nu de verleende ontwerpvergunning gepubliceerd. Ook deze conversie heeft al een lange geschiedenis. Laag verrijkt betekent overigens in dit geval nog steeds 19,75 % splijtbaar uranium-235. In kerncentrales is dat percentage ongeveer 4-5%.

De opbrengst van Mo-99 neemt flink af door de omschakeling naar LEU: ongeveer 20 procent. Dat moet gecompenseerd gaan worden door een grotere hoeveelheid uranium in de target. Volgens de minister neemt het volume hoogradioactief afval hierdoor licht toe, maar de totale stralingsbelasting neemt (licht) af. Maar hoeveel die volume toename is, maakt de minister niet duidelijk; andere bronnen spreken van een grote toename, tot zelfs 10 keer zoveel! Het is natuurlijk ook zo dat, omdat er veel meer uranium-238 in de brandstof zit, er door kernsplijting meer plutonium wordt geproduceerd. De minister zegt dat de hoeveelheid en de stralingsbelasting die dat oplevert echter meevalt. Maar één van de problemen van plutonium is de lange halfwaardetijd: de tijd waarin het gevaarlijk is.

NRG heeft ook een aantal wijzigingen vergund gekregen, die los staan van de voorgenomen HEU-LEU conversie. Voor een deel gaat het daarbij om het ‘stroomlijnen’ van afvalstromen in verband met de afvoer van het historisch radioactief afval.

Een van de opmerkelijke vergunde zaken is “een verhoging van de hoeveelheid splijtstof per handeling van 20 naar 200 gram 235U-equivalent voor het Jaap Goedkoop Laboratorium.” (de 235U-equivalent is de gewogen som van de massa’s uranium-235, uranium-233, plutonium-239, plutonium-241 en thorium-232 waarbij de massa van elk isotoop met een bepaalde weegfactor wordt vermenigvuldigd.) Uitvoerig wordt uitgelegd dat die verhoging “geen verruiming van de maximale hoeveelheid splijtstof die in totaal in het JGL aanwezig mag zijn” is.

Van 6 april tot en met 17 mei kan eenieder zienswijzen over de ontwerpvergunning en het MER indienen. Hier kun je lezen hoe.