Publicatie Laka-bibliotheek:
Dossier kernenergie (1993)
| Auteur | Min. EZ |
| Datum | november 1993 |
| Classificatie | 1.01.0.20/08 (NIEUWE KERNCENTRALES - ALGEMEEN) |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
1. INLEIDING en KADERZETTING 1.1. De discussie over kernenergie houdt onze samenleving al zo'n twintig jaar bezig. De regering is zich er van bewust dat het om een zowel maatschappelijk als politiek gezien gecompliceerd vraagstuk gaat. Besluiten die regering en parlement in 1974 en 1975 namen om het aantal kerncentrales uit te breiden werden nadien opgeschort in afwachting van de brede maatschappelijke discussie. Met soortgelijke besluiten in 1985 en 1986, gebeurde hetzelfde. Dit naar aanleiding van het ongeval in Tsjernobyl. Sindsdien heeft de regering de Kamer regelmatig geïnformeerd over de resultaten van de verschillende studies en de onderzoekprogramma's. Recent gebeurde dit nog in het kader van de herbezinning op kernenergie (1). 1.2. Hoewel besluitvorming in deze kabinetsperiode niet aan de orde is, komt er een moment dat men zich af moet vragen of alle beschikbare informatie niet tot besluitvorming, in welke zin dan ook, moet leiden. Dit dossier kan daartoe gebruikt worden. Het bevat namelijk een overzicht van de stand van zaken over die met kernenergie samenhangende vragen, die direct de overheid aangaan. Daarbij gaat het om veiligheid, afval, milieu en non-proliferatie. Ook bevat dit dossier informatie over de in onze maatschappij levende opvattingen over kernenergie. In dit dossier wordt niet ingegaan op de relatie tussen kernenergie en de bredere beleidsproblematiek van de elektriciteitsvoorziening en de energievoorziening meer in het algemeen. Dit dossier wordt uitgebracht, rekening houdende met de motie Boers-Wijnberg en van Rijn-Vellekoop (1992-1993, 22800 XIII, nr. 14). 1.3. In dit dossier gaat het dus om de belangrijke vragen die de samenleving met betrekking tot kernenergie reeds jaar en dag bezig houden. Op grond van de antwoorden op al deze vragen zijn randvoorwaarden te geven voor het eventueel toepassen van kernenergie. Het formuleren daarvan is duidelijk een taak van de overheid. 1.4. Een der belangrijkste vragen is hoe het zit met de veiligheid bij kernenergie. Zijn er normen te stellen om aan te geven hoe veilig kerncentrales moeten zijn? Door de overheid is een risicobeleid vastgesteld waarin dergelijke normen in de vorm van risicocriteria zijn aangegeven. Maar veiligheid bij kerncentrales betekent ook het verzekeren dat voldaan wordt aan een stelsel van eisen, in de vorm van regels en richtlijnen. Ook moet men blijven nagaan of de ontwikkeling van de techniek niet tot bijstelling aanleiding kan geven. Wat is er eigenlijk te zeggen over de veiligheidseigenschappen van de reactoren die nu op de markt zijn? En wat van de ontwerpen die in ontwikkeling zijn? Wat is passieve veiligheid, bestaan er "inherent" veilige reactoren en is er zo iets als absolute veiligheid bij kerncentrales? Kunnen de reactoren die nu of binnen enkele jaren besteld kunnen worden voldoen aan de Nederlandse eisen? In hoofdstuk 2 van deze nota, zal op deze aspecten nader worden ingegaan. l) Een overzicht van deze rapportages is in appendix 1 bij dit dossier opgenomen.
Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.