Stichting Laka

Publicatie Laka-bibliotheek:
Jaarverslag 2000 (2001)

AuteurEPZ
Datummei 2001
Classificatie 1.01.7.31/26 (ELEKTRICITEIT - BEDRIJVEN - PZEM, EPZ)
Voorkant

Uit de publicatie:

Een low-cost productiebedrijf

Na de probleemloze overgang naar het nieuwe millennium werkte EPZ voortvarend 
door aan het bereiken van haar doelstelling: een low-cost productiebedrijf te zijn 
met centrales die paraat staan om ingezet te worden. Dit mede met het oog op de 
toekomstige positie van het bedrijf en zijn centrales. De vennootschap had al een 
samenwerkingsverband met Essent voor het inkopen van brandstof en het verkopen 
van elektriciteit en warmte. Overleg met DELTA Nutsbedrijven over haar 
toekomstige relatie met EPZ en besprekingen met Essent leidden medio 2000 tot 
het voorstel van de EPZ-directie aan de aandeelhouders om het bedrijf te splitsen 
en zo de toekomst van de productie-eenheden zeker te stellen. Eind november 2000 
ondertekenden de Raad van Bestuur van Essent en de Directie van DELTA 
Nutsbedrijven de overeenkomst tot splitsing van EPZ, welke door de Directie van 
EPZ mede is ondertekend.
Vervolgens zijn juridische en financiële trajecten gevolgd om de splitsing tot stand 
te brengen. De juridische splitsing is op 11 mei 2001 geëffectueerd. EPZ bestaat 
voort in Borssele, waarbij DELTA Nutsbedrijven en Essent ieder 50 procent van 
de aandelen in het bedrijf houden. Beide energiebedrijven hebben de beschikking 
over de helft van de productiecapaciteit van de centrale Borssele (koleneenheid, 
kernenergie-eenheid en gasturbine). Het productievermogen van de overige EPZ-
centrales in Noord-Brabant en Limburg komt volledig toe aan Essent. Na de 
splitsing van EPZ fungeren de centrales als verstromers. Dit betekent dat capaciteit 
beschikbaar wordt gesteld en dat aangeleverde brandstoffen zullen worden omgezet 
in elektriciteit en warmte. Ook binnen de nieuwe opzet zullen de organisaties zich 
profileren als low-cost producers die een hoge flexibiliteit bij de inzet van de 
centrales realiseren en efficiënt omgaan met de brandstoffen. Deze kritische 
succesfactoren bepalen uiteindelijk hun bestaansrecht.
Vooruitlopend op de juridische splitsing werd per 1 september 2000 een 
economische en administratieve scheiding binnen EPZ gerealiseerd.

Een hoogtepunt was dit verslagjaar de officiële inbedrijfstelling van de 
warmtekrachtcentrale Swentibold in Geleen op 25 mei door de minister van 
Economische Zaken, mevrouw A. Jorritsma-Lebbink. Hiermee werd voor EPZ 
een kroon gezet op haar bijdrage aan het project Utilities 2001 van DSM. Het 
project betrof een grootscheepse modernisering en uitbreiding van het utiliteitspark 
van DSM in Geleen. De uitvoering van het project was in handen van een 
projectteam waarin DSM, EdeA en EPZ samenwerkten.

Overheid en markt

Per 1 januari 2001 werd de Overeenkomst van Samenwerking tussen de vier 
elektriciteitsproductiebedrijven en Sep beëindigd. De marktwerking maakte 
daarmee een markante stap voorwaarts. In de sector zien we dat belanghebbenden 
(afnemers, productie- en distributiebedrijven) hun positie aan het bepalen en 
verstevigen zijn, zowel nationaal als internationaal. En ieder doet dat op zijn 
manier, met een eigen visie. De splitsing van EPZ doet recht aan de nieuw ontstane 
situatie in een vrije markt.

Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.