Publicatie Laka-bibliotheek:
Jaarverslag 1980 (1981)
| Auteur | IJsselcentrale |
| Datum | april 1981 |
| Classificatie | 1.01.7.32/03 (ELEKTRICITEIT - BEDRIJVEN - PGEM, IJSSELCENTRALE, EPON) |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
verslag van de directie algemene beschouwingen In 1980 steeg het elektriciteitsverbruik, dat via het openbare net in het concessiegebied van onze vennootschap werd afgenomen met 0,9% ten opzichte van 1979. Ook in het jaar 1979 was de stijging van onze afzet reeds betrekkelijk gering, te weten 2,1 %. Opmerkelijk is bovendien dat het kleinverbruik in ons eigen voorzieningsgebied in 1980 slechts met 0,4% toenam en daarmee beduidend onder de stijgingspercentages van de voorgaande jaren bleef. Na de energiecrisis in 1973 daalde de jaarlijkse groei van het totale elektriciteitsverbruik in ons land weliswaar tot gemiddeld circa 5%, maar het huishoudelijk verbruik bleef aanvankelijk, in tegenstelling tot andere verbruikersgroepen, vrij fors groeien. Mag uit deze cijfers worden geconcludeerd dat het energiebesparingsbeleid, dat sedert de oliecrisis met toenemende intensiteit wordt gevoerd, resultaat gaat opleveren? De oorzaak van het dalende accres moet zeker voor een deel gezocht worden in een grotere bewustwording dat een verstandig en doelmatig energieverbruik nodig is. De dalende conjunctuur, waarin ons land zich momenteel bevindt, en de stijging van de kWh-prijs ten gevolge van de hoge brandstofprijzen zijn echter tevens belangrijke factoren. Onze vennootschap beschouwt bezuiniging op het elektriciteitsverbruik als een belangrijke doelstelling en zij heeft hiervoor reeds lange tijd propaganda gevoerd. Aanvankelijk lag het accent vooral op het beïnvloeden van het gedrag van de individuele consument, maar de laatste jaren wordt meer en meer de aandacht gericht op toepassing van besparingstechnieken en efficiencymaatregelen, zoals projecten op het gebied van stadsverwarming en warmte/krachtkoppeling in de industrie. Het door ons opgerichte en nog verder uit te bouwen energiebureau heeft tot taak dergelijke projecten in ons concessiegebied te bevorderen. Wij komen in dit verslag hierop nog terug. Een stabilisering van het verbruik zal haar uitwerking op de activiteiten van ons bedrijf niet missen. Reeds nu is in de distributiesector een afnemend werkaanbod merkbaar. Onze investeringen en de personeelsbezetting zullen op deze ontwikkeling moeten worden afgestemd. De activiteiten op het gebied van de energiebesparing kunnen hiervoor een tegenwicht vormen. Ook dit is voor ons bedrijf een reden om actief in te spelen op deze nieuwe ontwikkelingen. Een tweede onderwerp waaraan wij in deze algemene beschouwingen aandacht willen geven, is de organisatie van de openbare nutsvoorzieningen. In het vorige jaarverslag vermeldden wij de instelling door de regering van de commissie concentratie nutsbedrijven (Coconut). De commissie heeft op 19 maart 1981 haar eindrapport gepresenteerd. Enkele voor de elektriciteitsvoorziening belangrijke aanbevelingen hieruit zijn: - er dient een wettelijke regeling te komen op grond waarvan de centrale overheid bevoegdheden krijgt om de hoofdlijnen van het beleid in de sector elektriciteit te bepalen; - de uitvoering van bepaalde onderdelen van dit nationale beleid wordt gecentraliseerd en opgedragen aan de SEP; - de provincies krijgen de taak een provinciaal nutsplan op te stellen voor de organisatie van de distributie van gas, water, elektriciteit en warmte in hun gebied; - de structuur van de tarieven, waartegen gas, water, elektriciteit en warmte wordt geleverd aan eindverbruikers, dient bepaald te worden door de centrale overheid.
Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.