Publicatie Laka-bibliotheek:
Verslag over het jaar 1983 (1984)
| Auteur | IJsselcentrale |
| Datum | april 1984 |
| Classificatie | 1.01.7.32/06 (ELEKTRICITEIT - BEDRIJVEN - PGEM, IJSSELCENTRALE, EPON) |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
verslag van de directie inleiding In het achter ons liggende jaar is binnen ons bedrijf veel aandacht geschonken aan het proces van aanpassing aan de gewijzigde economische omstandigheden. Maatregelen, gericht op vermindering van de kosten, hebben een duidelijk stempel gedrukt op de gang van zaken. Geconcludeerd kan worden dat dit beleid niet zonder uitwerking is gebleven en heeft bijgedragen aan het bevredigende resultaat, waarmee het jaar 1983 kon worden afgesloten. Daarnaast is van betekenis het besluit om met ingang van 1 januari 1983 de exploitatiekosten te verminderen door de afschrijvingstermijnen van bepaalde activa te verlengen en door de zogenaamde financieringscorrectie op de afschrijvingen te gaan toepassen. Hierop zal later in dit jaarverslag nog worden teruggekomen. De hiervoor genoemde ontwikkelingen en het effect van het gunstige brandstoffenrendement van onze nieuwe produktie-eenheid te Harculo, maakten het verantwoord om per 1 januari 1984 zodanige tariefmaatregelen in te voeren dat bij gelijkblijvende brandstofprijzen de kosten per kilowattuur voor onze verbruikers met circa 1% daalden. Tegenover deze verlaging van de kilowattuurprijs stond helaas de verhoging van de BTW met 1% per 1 januari 1984. In ons vorige jaarverslag vermeldden wij reeds de kwaliteiten van de per 1 december 1982 in gebruik genomen nieuw produktie-eenheid te Harculo. Op 2 april1983 vond de officiële ingebruikstelling van de nieuwe eenheid plaats , waarbij de heer mr. J.L.M. Niers als president-commissaris van onze vennootschap een groot aantal belangstellenden, afkomstig onder meer uit de kringen van aandeelhouders, verbruikers, regionale instellingen en zusterbedrijven kon verwelkomen. De ingebruikstelling werd verricht door de heer ir. J. Wijmans, voormalig directeur van onze vennootschap en thans voorzitter van de directie van de Arnhemse Instellingen van de Elektriciteitsbedrijven. Het open huis dat hierna volgde voor personeel en vervolgens voor de bewoners uit de omgeving, was voor de IJsselcentrale een hoogtepunt in het afgelopen jaar. Tezamen met de gemeenten Enschede en Almelo werd in 1983 verder gewerkt aan de realisering van stadsverwarming in Twente. De warmteproduktie geschiedt nu nog met tijdelijke produktiemiddelen, maar zal over enige tijd plaatsvinden in de voor het stadsverwarmingsproject te bouwen warmte/krachtcentrale. Aanvankelijk was het de bedoeling deze in Hengelo te situeren, doch uit nadere studies is gebleken dat vestiging in Enschede financiële voordelen oplevert. De oorzaak hiervan is dat het zwaartepunt van de warmte-afzet voor zover thans is te overzien in Enschede komt te liggen. Na overleg met de andere partners in het project, de gemeenten Enschede en Almelo, is daarom besloten de centrale te bouwen aan de Geerdinkszijdeweg te Enschede. De warmte/krachtcentrale zal een vermogen hebben van circa 60 MW. Het streven is erop gericht dat tegen het eind van 1985 de centrale in bedrijf wordt genomen. De haalbaarheid hiervan is mede afhankelijk van het tijdig verkrijgen van de vereiste vergunningen.Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.