Stichting Laka

Publicatie Laka-bibliotheek:
CO₂-reductie in binnen- of buitenland? (1999)

Auteurvan Dril, ECN
-
Datumoktober 1999
Classificatie 6.01.2.15/24 (KE & BROEIKAS - ALGEMEEN KLIMAAT & CO2 REDUCTIE)
Opmerking Online beschikbaar op https://publicaties.ecn.nl/ECN-C--99-074
Voorkant

Uit de publicatie:

In order to meet its greenhouse gas reduction target the Dutch Government has agreed, to cover
50% of the reduction requirements by implementing measures abroad using flexible instru-
ments. It 1s largely uncertain whether this reduction can actually be implemented. Moreover, the
expected cost advantages are partly counterbalanced by other advantages of measures at home.
These advantages are related to employment, technological lead and environmental issues. Se-
veral opportunities to implement emission reduction at home are presented that include some of
these advantages.

 INLEIDING

Recent is de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid uitgebracht. Daarin wordt de Nederlandse taakstel-
ling betreffende de reductie van broeikasgassen nader ingevuld. De diverse maatregelpakketten
zijn ontleend aan het optiedocument van ECN en RIVM (ECN/RIVM, 1998). In overeenstem-
ming met het regeerakkoord van 1998 wordt voorzien dat de helft van de vereiste emissiereduc-
tie in Nederland en de andere helft in het buitenland wordt gerealiseerd. De overweging die
hierbij gold, is dat reductie in het buitenland mogelijk goedkoper kan plaatsvinden en dat het
Kyoto-protocol ook deze mogelijkheid biedt.

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) heeft de opvatting dat Westerse landen met een hoge broei-
kasgasemissie per hoofd van de bevolking vooral binnen eigen grenzen emissies moeten reduce-
ren. De kosteneffectiviteit van emissiereductie kan volgens het WNF niet het enige criterium
voor keuzes tussen binnenlandse en buitenlandse inspanningen zijn. Andere criteria zijn:
e Internationale geloofwaardigheid: de rijke landen zullen naar de inschatting van het WNF de
    ontwikkelingslanden niet kunnen uitleggen dat zij het klimaatprobleem echt serieus nemen,
    zolang de COy-emissies in de rijke landen blij ven stijgen.
e Bijkomende milieuvoordelen: b.v. vermindering van verzurende emissies.
e Structurele lange termijn voordelen: m.n. via technologische innovatie gekoppeld aan een
    snelle ontwikkeling van de economie in een duurzame richting.

Daarnaast is politieke uitvoerbaarheid natuurlijk een belangrijke onderliggende voorwaarde. Het
is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe makkelijk het is om de helft van de nationale reductiedoelstel-
ling daadwerkelijk goedkoper in het buitenland te realiseren. Problemen met implementatie zijn
in het buitenland waarschijnlijk groter dan in eigen land.

Dit heeft geleid tot het verzoek van het WNF aan ECN-Beleidsstudies om de voor- en nadelen
van (verdere) emissiereductie in eigen land in kaart te brengen. Dit vindt plaats aan de hand van
het reeds voor VROM opgestelde Optiedocument. Daarnaast is een vergelijking gemaakt wor-
den met de notitie “Voorbij Kyoto’ van de milieuorganisaties (Greenpeace e.a. 1999). In Hoofd-
stuk 2 wordt een korte analyse gegeven van het gekozen beleid in de Uitvoeringsnota klimaat-
beleid en van de opties die zijn blijven liggen. In Hoofdstuk 3 wordt aangegeven welke voor- en
nadelen verdergaand beleid in eigen land kan hebben. In Hoofdstuk 4 wordt een aantal sugges-
ties gedaan voor aanvullende maatregelen waarvoor deze voordelen zich bij uitstek manifeste-
ren.

Deze publicatie is digitaal beschikbaar in de Laka-biblitoheek maar de pdf staat niet online.
Mail ons (info@laka.org) als u de pdf toegestuurd wilt krijgen (met onderwerp, volgnummer en titel). U kunt natuurlijk ook langskomen.