Stichting Laka

Publicatie Laka-bibliotheek:
Algemene radioactieve besmetting van de biosfeer. In Nederland verrichte metingen 1981 (1982)

AuteurMin. VROM
Datumjuni 1982
Classificatie 6.01.4.70/51 (STRALING - GEVOLGEN - REST)
Voorkant

Uit de publicatie:

SAMENVATTING

Sinds in 1962 de grootscheepse bovengrondse kernwapenproeven door de
Verenigde Staten en de Sowjet Unie zijn beëindigd, is het gehalte aan radioactieve
stoffen in de atmosfeer aanzienlijk afgenomen. De latere Chinese proefnemingen
hebben hierin slechts kleine, tijdelijke verhogingen veroorzaakt. De lozingen van
nucleaire installaties, radionuclidenlaboratoria e.d. kunnen eveneens een bijdrage
tot de besmetting van de biosfeer leveren.
Bovengenoemde afname van de radioactieve besmetting van de atmosfeer
wordtduidelijk gedemonstreerd in fig. 1. Thans bevat het luchtstof al jarenlang,
gemiddeld over een jaar, minder dan 3 mBq/m3 (0,1 pCi/m3) aan totale ß-activiteit.
De Chinese bovengrondse kernwapenproefneming van 16 oktober 1980 was er de
oorzaak van dat het jaargemiddelde over 1981 1,6 mBq/m3 bedroeg tegen 1,1
mBq/m3 in 1980 (resp. 0,04 en 0,03 pCi/m3). (Tabel 1-1, fig. 1). Hetzelfde geldt
voorde depositie, waarin een aantal kortlevende radionucliden zijn aangetoond
(tabellen 2, 1-2,3, VI- 1,2). De totale depositie aan ß-totaal bedroeg in 1981
1360 Bq/m2 tegen 270 Bq/m2 in 1980 (resp. 38 en 7 mCi/km2). De depositie van
de langlevende radionucliden als H-3, Sr-90 en Cs-137 nam ook enigszins toe
(tabel 2) en is nu ongeveer gelijk aan die van voor 1979.

Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.