Ruzie over ontmanteling Dodewaard gaat in rechtszaal verder


Maandag 6 maart was de zitting voor de rechtbank Gelderland tussen de Staat en de kerncentrale Dodewaard. Inzet was het mogen horen van getuigen door de Staat van in verband met de financiële zekerheid rond de ontmanteling van de kerncentrale en de verantwoordelijkheid daarvoor van de eigenaren. De Staat vindt dat noodzakelijk omdat de eigenaren weigeren verantwoordelijkheid te nemen voor de kosten van ontmanteling. De eigenaren daarentegen vinden het horen van getuigen onzin. Uitspraak 18 april.

Er is al jaren ruzie tussen de Staat (ministerie van Financien) en de eigenaren van de kerncentrale Dodewaard over de financiele zekerheidsstelling van de ontmanteling van de kerncentrale. Die ontmanteling is gepland vanaf 2045 en zal 15 jaar duren. De ruzie was zo hoog opgelopen dat de Staat aankondigde geen andere optie meer te hebben dan getuigen onder ede te horen om de aansprakelijk voor de kosten van ontmanteling duidelijk te krijgen.

Die zitting maandagmiddag bleek niet het verwachte getuigenverhoor, maar ging over de vraag of dat getuigenverhoor plaats gaat vinden. De Staat had dat aangevraagd, maar de eigenaren vinden dat onzin en verweerden zich daar tegen.

De eigenaren van de kerncentrale Dodewaard (officieel de Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland) zijn een viertal productiebedrijven. GKN is via de vennootschap NEA (Nederlands Elektriciteit Administratiekantoor) in handen van Engie, EPZ, Nuon en Uniper. Allemaal bedrijven met ook andere kerncentrales dus: Engie –via Electrabel zeven Belgische; EPZ Borssele; Nuon via moeder Vattenfall Zweedse en Duitse en tenslotte Uniper is sinds enkele maanden een nieuwe dochter van het Duitse E.on waarin alle vieze onderdelen (kolen en kern) zijn ondergebracht en waarmee Eon zelf als groen bedrijf verder kan.

Die eigenaren vinden dat er helemaal geen reden is voor getuigenverhoor: de Staat heeft er geen belang bij, want het is helemaal niet zeker of de Staat schade zal gaan lijden (de kosten voor ontmanteling zijn nog onzeker, en dus ook of er een tekort is –nog afgezien van de vraag wie dan verantwoordelijk zou zijn voor een dergelijk te tekort); de gevraagde getuigen (er is een lijst van 20 personen) zijn allemaal al op leeftijd; en: waarom een getuigenverhoor: als de Staat zo zeker is kan ze gewoon een dagvaarding sturen en dan komt de zaak voor de rechter.

De NEA begon hun verweer met een aantal argumenten: In de jaren 50/60 wilde de Staat kerncentrales: “De staat is de geestelijke vader van de kerncentrale”. Dan is de staat ook verantwoordelijk. Als de Staat vind dat de vervuilers moeten betalen, zijn dat de gebruikers van de in Dodewaard opgewekte elektriciteit: de belastingbetalers dus.

De NEA gaat er verder vanuit dat de kosten van de ontmanteling alleen maar zullen afnemen en vindt dus voorbarig om te stellen dat er onvoldoende dekking is. Daarbij kan nu nog niet gezegd worden dat er te weinig is gereserveerd, omdat er geen zekerheid bestaat over wat het kost. Verder vindt de NEA ook nog eens een keer dat de vordering (als die er is) verjaart is: verjaringstermijn is 20 jaar en bij de privatisering in 1990 had het dan met de nieuwe eigenaren geregeld moeten worden. Is blijkbaar niet gebeurt maar dan is de vordering nu verjaart.

Allemaal argumenten waar de Staat het duidelijk niet mee eens is.

Overdracht kerncentrale aan Covra

Ooit was het de bedoeling dat de kerncentrale Dodewaard na de veilige insluiting in 2005 overgedragen zou worden aan de Covra. Het is tenslotte radioactief afval. Tien jaar geleden weigerde de Covra dat, omdat er volgens hen onvoldoende geld zat in het fonds om die ontmanteling te betalen. Sindsdien is dat overdragen aan de Covra feitelijk van de baan.

Maar de eigenaren komen nu met (een nieuw) voorstel: De NEA is bereid om hun goeie wil te tonen tegen “finale kwijting” de kerncentrale over te dragen aan de Covra met ook nog een “bruidsschat”. Deze deal is er op gericht de verdere aansprakelijkheid voor de ontmanteling (en de kosten daarvan) af te kopen met een eenmalig bedrag.

De Staat neemt ter plekke “met blijdschap” kennis van het voorstel. Dat zou een “oplossingsrichting” kúnnen zijn áls de omvang van de tekorten bekend zouden zijn. Maar die omvang is niet precies vast te stellen, omdat dat erg afhangt van de parameters die je in de berekening stopt (inflatie, rendement, geschatte kosten, etc). Daarom is er een enorme “range” in de mogelijke omvang van de tekorten.

De juristen van NEA raakten wel de kern van het probleem toen ze opmerkten: “als we alles berekenen zoals de staat het wil, is dat meer dan het eigen vermogen van NEA”. Want dan? Dan moeten de aandeelhouders (de energiebedrijven) betalen. En dat is juist wat de aandeelhouders niet willen. En benadrukken nogmaals: dan moet de Staat ons maar dagvaarden, dan moet de rechter maar beslissen of de NEA verantwoordelijk is!

De rechter doet op 18 april uitspraak over getuigen verhoren plaats kunnen vinden.