Publicatie Laka-bibliotheek:
Engine Jaarplan 1993 (1993)
| Auteur | ECN |
| Datum | november 1993 |
| Classificatie | 1.01.8.50/38 (OLP (Onderzoekslocatie Petten) NRG/ECN/RCN - PETTEN - ALGEMEEN) |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
1. INLEIDING In 1989 besloot de Directie van ECN om in het vervolg elk jaar een deel van de basissubsidie specifiek te gebruiken voor de uitvoering van een programma dat gericht is op een duurzame, schone en veilige energievoorziening voor de wat verdere toekomst, waarbij aan een termijn van circa 35 jaar werd gedacht. De doelstelling van dit programma, dat ENGINE (1) werd gedoopt, is technischwetenschappelijk onderzoek te verrichten aan geavanceerde energieconversiesystemen, of delen daarvan, die bouwstenen zouden kunnen zijn van een energievoorzieningssysteem dat voldoende bruikbare energie genereert zonder de bezwaren die aan het huidige energievoorzieningssysteem kleven, zoals uitstoot van schadelijke afvalprodukten. Er werd bij de programmering van ENGINE van uitgegaan dat het op dit moment niet mogelijk is om met zekerheid één of meer van de huidige energiebronnen uit te sluiten. Dat wil zeggen, ook al zou men ervan overtuigd zijn dat op de lange termijn de energievoorziening geheel gebaseerd zou moeten zijn op zonne-energie, dan nog zou men er niet van uit mogen gaan dat dat ook inderdaad in praktijk bereikbaar is, a fortiori dat dat al op korte termijn bereikbaar is en men zou zeker niet mogen uitsluiten dat er een overgangstijdperk komt waarin de geïnstalleerde capaciteit voor zonne-energie conversie sterk toeneemt terwijl daarnaast energie uit fossiele energiedragers en/of kernenergie onontbeerlijk blijven. Van de aanvang af is daarom het ENGINE- programma gebaseerd geweest op de drie hoofdlijnen van onderzoek die ook in het doelsubsidieprogramma en het basissubsidieprogramma voorkomen, te weten onderzoek op de gebieden kernenergie, duurzame energie en energie uit fossiele energiedragers. Als globale kriteria voor toelating van een project in het ENGINE- programma worden gehanteerd enerzijds het ontwikkelingsstadium van de techniek in kwestie en anderzijds de niet-beschikbaarheid van financiering uit andere bronnen. Zo werd bijvoorbeeld off-shore windenergie, hoewel die vrijwel zeker niet op korte termijn grootschalig zal worden geëxploiteerd, niet in het ENGINE-programma opgenomen omdat het benodigde ontwikkelingswerk niet zozeer te maken heeft met windturbinetechniek als wel met civiele techniek. nodig voor het maken van constructies op zee. Ontwikkelingen aan kernfusie hoewel het hier ongetwijfeld gaat om een energievoorzieningsoptie voor de lange termijn, werden evenmin in het ENGINE-programma opgenomen, omdat hiervoor al financiering uit andere hoofde beschikbaar is. Wat in eerste instantie wèl werd opgenomen was onderzoek en ontwikkelingswerk aan fotovoltaïsche zonne-energiesystemen, aan geavanceerde, natuurlijk veilige kernreactorsystemen, aan transmutatie van gevaarlijke bestanddelen van kernafval, aan produktie van waterstof met behulp van steenkool en het gebruik daarvan. Naast dit technische ontwikkelingswerk werd een plaats ingeruimd voor onderzoek op het gebied van maatschappelijke aspecten van de energievoorziening en het gebruik van energie. (1) ENGINE staat voor Energy Generation In a Natural Environment.
Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.