Dertig jaar na Tsjernobyl: Nationaal trauma

Vervallen reuzenrad in Pripjat. Foto: Bo Nielesn‘s Werelds grootste kernramp vond bijna dertig jaar geleden plaats vlakbij het Oekraïense plaatsje Tsjernobyl. Een verre herinnering voor de meeste Europeanen aan een tijd dat we geen spinazie mochten eten en de koeien op stal moesten. Voor Oekraïners ligt dat anders: voor hen speelt de ramp nog steeds een grote rol in het dagelijks leven.

Tsjernobyl is een open wond, een nationaal trauma. Overal in het land lopen de emoties hoog op zodra je het onderwerp aansnijdt. “Het is vreselijk”, gruwelen de Oekraïners. En: “Ik word nog boos als ik er aan terugdenk”. Daarna komen de persoonlijke verhalen. Over vaders die werden opgeroepen door het leger om de grond af te graven, maar geen beschermende kleding mochten dragen. Over een buurman die stierf aan schildklierkanker. Over hoe ze hun kinderen buiten lieten spelen omdat de Sovjetregering pas elf dagen na de ramp bekend maakte hoe groot de ramp was. Hoe verraden ze zich voelden toen de omvang van de ramp eindelijk bekend werd.
Honderden Oekraïners hebben hun leven verloren door de ramp: voornamelijk de ‘liquidators’, mannen die direct na het ongeluk naar de centrale werden gestuurd om de schade te beperken. Duizenden anderen hielden er gezondheidsproblemen aan over. Over heel Europa zijn het er zelfs miljoenen, volgens een schatting van de Verenigde Naties.
Maar er heerst ook veel bijgeloof: sommige Oekraïners koken hun water nog steeds twee keer in de waterkoker, anderen schrijven ieder kwaaltje toe aan Tsjernobyl. Ook hebben veel mensen er een structureel wantrouwen aan overgehouden tegenover politici. Volgens Gorbatsjov – Sovjetleider tijdens de ramp – was het zelfs een van de redenen dat de Sovjet-Unie uiteenviel. “De ramp van Tsjernobyl was een historisch keerpunt”, zo zei hij in een speech in 2006. “Er was het tijdperk vóór de ramp, en een ander tijdperk dat daarna kwam. (...) De ramp in Tsjernobyl, meer dan enig andere gebeurtenis, opende de mogelijkheid van een veel grotere vrijheid van meningsuiting, tot het punt dat het systeem zoals we dat kenden niet langer kon blijven bestaan.”

Financiële schade
De Oekraïners voelen de gevolgen van de ramp ook nog steeds op een wellicht minder bekende manier: in hun portemonnee. Meer dan een miljoen mensen hebben een uitkering aan de ramp overgehouden. Volgens schattingen uit 2006 zou dit Oekraïne jaarlijks tussen de 5 en 7 procent van zijn overheidsuitgaven kosten. Hoeveel dit momenteel bedraagt is niet bekend, maar het is “heel, heel veel”, vertelt Vladimir Tokarevsky, directeur van het instituut voor Tsjernobyl-problematiek. “Meer dan achthonderdduizend mensen ontvangen een Tsjernobyl-pensioen en dan zijn er ook nog de duizenden die ziek geworden zijn. En de Oekraïners door het hele land die in de periode rond de ramp geboren werden en daarom een uitkering, studie- of belastingkorting krijgen.”
Hoeveel geld heeft de ramp Oekraïne in de afgelopen dertig jaar in totaal gekost? Daarover bestaan enkel schattingen. Naast de uitkeringen zijn daar ook nog de kosten van de evacuatie, het bouwen van nieuwe huizen voor geëvacueerde inwoners, de schoonmaak, het afsluiten en beveiligen van het gebied, onderzoek naar milieu, gezondheid en voedsel, het uitzetten van de reactor en een oplossing vinden voor het radioactief afval. Enkele cijfers zijn er wel. Zo zou de Sovjet-Unie in die eerste twee jaar 18 miljard roebel – ongeveer 18 miljard Ameri­kaanse dollars in die tijd – hebben uitgegeven aan schoonmaak en schadebeperking. Volgens ‘relatief betrouwbaar onderzoek’ van de Wit-Russen – Wit-Rusland kreeg indertijd het leeuwendeel van de radioactiviteit over zich heen – zou Oekraïne ongeveer 127 miljard Amerikaanse dollars hebben uitgegeven, weet Tokarevsky.
De schade aan de economie – Tsjernobyl lag in een vruchtbaar landbouwgebied – is moeilijker in cijfers te vatten. Bijna 800 000 hectare landbouwgrond kon jarenlang niet gebruikt worden in Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne. Op dit moment is volgens het Internationaal Atoomenergieagent­schap (IAEA) de grond grotendeels wel weer geschikt voor landbouw. Zij waarschuwt nog wel voor koemelkproductie: koeien die grazen aan licht radioactief groen kunnen melk produceren met een relatief hoge concentratie radio­actief cesium.
En hoe zit met de ecologische schade? Paradoxaal genoeg lijkt die in het gebied zelf wel mee te vallen. Het is er uitermate groen en er komen allerlei wilde dieren voor die je nergens anders in Oekraïne ziet: wolven, rendieren en zelfs beren. Diverse wetenschappelijk studies bevestigen dit: natuurlijk was de schade in de eerste jaren verschrikkelijk – hele bossen zijn gestorven, dieren hadden vruchtbaarheidsproblemen en er kwamen misvormingen voor. Maar het feit dat het door de mensen verlaten is, heeft het gebied ironisch genoeg erg goed gedaan: “Paradoxaal genoeg is de exclusion zone uitgegroeid tot een uniek toevluchtsoord voor de biodiversiteit”, schrijft de IAEA. De ecologische balans is voor decennia verstoord en sommige planten en bomen zullen er lange tijd niet meer groeien, maar er is ander moois voor teruggekomen.

Tsjernobyl shelter
Met de kernreactor zelf is het helaas minder goed gesteld. De reactor vormt nationaal en internationaal nog steeds een grote bron van zorgen. Er gaat nog decennialang werk zitten in het stabiliseren van de reactor, de preventie van nieuwe ongelukken en het verwerken van radioactief afval. Het Franse bedrijf Novarka bouwt al negen jaar aan een shelter die om de reactor heen staat en de tijdelijke sarcofaag moet vervangen. Het project ondervindt keer op keer vertragingen: de afronding staat nu gepland voor november 2017. De Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) houdt toezicht op de operatie door de financiën te beheren. De EBRD heeft tot nu toe 675 miljoen euro bijgedragen aan de in totaal 1,6 miljard euro die via de fondsen beschikbaar is gemaakt. De rest komt van veertig verschillende landen.

Dat klinkt wellicht mooi, maar er is ook kritiek op de EBRD. Volgens de milieuorganisatie Bankwatch zou de EU met de hulp – ze helpen ook andere kerncentrales bij renovatie – het gebruik van kerncentrales op de lange termijn stimuleren. En ook Oekraïense wetenschappers uiten kritiek, zegt Tokarevsky. “Het bedrag dat de EBRD investeert in de shelter is enorm: het lijkt wel of ze het principe ‘hoe duurder hoe beter’ hanteren. Maar in de tussentijd worden de problemen met radioactief afval niet opgelost. Dit probleem komt voor rekening van Oekraïne alleen: voor onze begroting en ons milieu.”

Taboe
En hoe zit het met al die uitkeringen? Zijn die een strop voor het land, dat al enorme economische problemen ondervindt? Dat is een heet hangijzer. Er zijn weliswaar veel studies – onder andere die van Tokarevsky en de Verenigde Naties (VN) – die claimen dat de situatie nu wel veilig is, maar voor de wantrouwige bevolking is dit moeilijk te bevatten.
Oekraïners ondervinden nog steeds veel stress van de ramp en denken bij iedere ziekte die ze onder de leden hebben al snel dat die een gevolg van de ramp is. Dit heeft er alles mee te maken dat ze bestempeld zijn tot ‘Tsjernobyl-slachtoffers’ in plaats van ‘Tsjernobyl-overlevenden’, schrijft de IAEA; een rol die ze zich nu niet meer zomaar laten afnemen. Het gevolg is dat Oekraïense politici het onderwerp nauwelijks durven aan te roeren. Ook het agenderen van de uitkeringen is een enorm taboe. “Wie weet dat dit gebeurt als de financiële situatie weer nijpend wordt”, zegt Tokarevsky.
Voorlopig is Tsjernobyl voor de Oekraïners nog een gapende, open wond. Een wond die we terugvinden in hun herinneringen, in het gescheld op politici, in het bijgeloof van de mensen en op de bankrekening van miljoenen Oekraïners en de nationale begroting van het land.