IAEA: Binnenkort medische isotopen met cyclotrons


Het Internationaal Atoomenergieagentshap IAEA is vol vertrouwen in de mogelijkheden om Technetium-99 te produceren met cyclotrons. Volgens een nieuw rapport staan in verschillende landen klinische tests op het punt van beginnen, dwz. de laatste fase voor commerciële productie. “Several Member States”, schrijft het IAEA, “are moving towards clinical trials and it is anticipated that cyclotron produced 99mTc will be used in clinical applications within the next few years.” Verder is aangetoond dat meer dan 90 procent van het target-materiaal hergebruikt kan worden, bij reactoren is dat maar enkele procenten. Een ‘must read’ voor de werkgroep die voor het Kabinet gaat kijken naar alternatieven voor de Pallasreactor.

Onomstreden is dat cyclotrons veel verschillende medische isotopen kunnen produceren; de snelst groeiende medische isotopen zijn zelfs die isotopen die uitsluitend met versnellers gemaakt worden. Maar aan de mogelijkheid om het meest gebruikte isotoop in de medische sector -Technetium-99 (via Molybdeen-100)- met versnellers te produceren wordt veel getwijfeld. Het nieuwe rapport van het Internationale Atoom Energie Agentschap (Cyclotron based production of Technetium-99m) laat er geen twijfel over bestaan: niet alleen is de productie technisch zeer goed mogelijk, de kwaliteit van het Technetium is hetzelfde, de mogelijkheden voor hergebruik van restmateriaal is veel beter dan bij reactoren, decentrale productie is prima mogelijk en, belangrijk: binnen enkele jaren ("within the next few years") is het zover. En, als bij reactorproductie alle kosten worden meegeteld ("full costs recovery") is de prijs ook nog vergelijkbaar.

Een vergeljking van een scan met cyclotron-Technetium (links) en een scan met reactor-Technetium (rechts)
(IAEA-rapport)

Gezien de samenstelling van de expert-groep die het rapport samengesteld heeft, is wereldwijd veel onderzoek naar productie van Technetium met cyclotrons. Naast Canada en de VS natuurlijk, zijn dat landen als Hongarije, Italië en Polen; maar ook Japan, India, Syrië, Saudi-Arabië en Armenië. Nederland ontbreekt in dat rijtje van innovatief onderzoek; hier houdt men vast aan reactorproductie. Technetium-99 is de belangrijkste medische isotoop, in ongeveer 70-80% van alle gevallen in de nucleaire geneeskunde wordt het gebruikt. De productie van Technetium-99 is ook de kurk waarop de businesscase van de nieuwe Pallasreactor drijft. Enkele weken geleden heeft het kabinet een hoog-ambtelijke werkgroep (HAW) de opdracht gegeven om naar alternatieve productie methoden van (o.a.) Technetium te kijken. Dat lijkt een doorbraak, want voor het eerst moet er nu serieus gekeken worden naar alternatieven voor de Pallas reactor.

Laka beschrijft al jaren deze ontwikkeling, ook de verwachting dan minder geïndustrialiseerde landen hun eigen productie-methoden zullen ontwikkelen en niet afhankelijk willen zijn van enkele reactoren in (vooral) westerse landen. Gezien de samenstelling van de onderzoeksgroep lijkt die ontwikkeling evident. Opmerkelijk is wel, dat wij de doorbraak van Technetium-productie vooral verwachtten met de volgende generatie versnellers: linac. Linacs zijn lineaire versnellers; cyclotrons zijn rond. Dat lijkt nu al te gebeuren met cyclotrons.

De innovatie is duidelijk, ook omdat in dit rapport nog geen aandacht wordt besteed aan Lighthouse, de door ASML ontwikkelde methode om op een andere manier (medische) isotopen te produceren. ASML verwacht dat begin jaren ’20 de eerste Lighthouse Linac Technetium kan gaan produceren. Eén enkele Lighthouse-versneller zal dan evenveel molybdeen kunnen produceren dan de totale productie van de hoge flux reactor in Petten. De Pallasreactor die de HFR moet vervangen, zal, zo is nu de planning, in 2025 in bedrijf moeten komen, maar lijkt steeds meer achterhaald.