Genoeg reden om beleid vestigingsplaatsen kerncentrales niet te handhaven

Er is een tussentijdse evaluatie gemaakt van het SEV III. Het Derde Structuurschema ElektriciteitsVoorziening (met een looptijd tot 2020) gaat om vestigingsplaatsen voor grootschalige elektriciteitsopwekking (vanaf 500 MW) en om globale tracés van mogelijke hoogspanningsverbindingen (vanaf 220 kV). In het SEV is ook het waarborgingsbeleid Kernenergie geregeld: het voorkomen van processen die de evt. komst van een kerncentrale op een bepaalde locatie bemoeilijken of belemmeren.
Er zijn nog drie van dergelijke vestigingsplaatsen over: Borssele natuurlijk, en verder Eemshaven en Maasvlakte (waarvan de elektriciteitsproducenten overigens zeggen dat er niet voldoende fysieke ruimte is voor de bouw van een kerncentrale).
In de evaluatie komt dit waarborgingsbeleid niet uitgebreid ter sprake, maar men (de opstellers zijn ECN en Kwinkgroep) ziet geen reden dat beleid op te heffen. En in het algemeen: "Er is geen behoefte aan meer of andere vestigingsplaatsen en er is geen reden vestigingsplaatsen te laten vervallen."
Wel is de constatering interessant dat er een steeds grotere centralisatie plaatsvindt op een beperkt aantal vestigingsplaatsen: in 2020 zal 52% van de elektriciteitsproductie opgesteld staan op 4 locaties: Eemshaven, Maasvlakte, Borssele en Maasbracht. De concentratie van productielocaties heeft twee effecten die volgens de evaluatie ongewenst zijn. Het vereist vaak aanzienlijke investeringen in verzwaring en uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk. "De kosten hiervan zijn mogelijk niet in verhouding met het kostenvoordeel die de elektriciteitsproducent realiseert door te kiezen voor die specifieke vestigingsplaats. Er zijn immers ook vestigingsplaatsen beschikbaar waar nieuwe productie kan worden gerealiseerd zonder verzwaring en uitbreiding van het netwerk." Een tweede ongewenst effect is interessant: "het opstellen van meer dan 3000 MW vermogen op één vestigingsplaats vormt een risico voor de leveringszekerheid, omdat volgens de landelijke netbeheerder een ongeplande vermogensuitval van meer dan 3000 MW (bijvoorbeeld als gevolg van een locatiegebonden calamiteit) niet kan worden opgevangen binnen het Europese netwerk, met mogelijk een grote black-out als gevolg."
Kortom, alleen daarom al genoeg redenen om met het beleid dat drie van die vier locaties waar die centralisatie plaats vindt, ook nog te reserveren voor kerncentrales te stoppen!
Andere conclusies: horizon van SEV III moet verlengd van 2020 naar 2030, meer aandacht voor infrastructuur op land ivm aansluiting en trace's wind op zee.
Enfin, hier is het eindrapport van de evaluatie van het SEV III.