Opwerken, plutonium, MOX, proliferatie en de NSS

Dinsdagmiddag arriveerde er weer een transport (met 28 containers) bij de Covra in Vlissingen-Oost, met hoogradioactief afval uit de franse opwerkingsfabriek in La Hague. Het kernsplijtingsafval, afkomstig uit de kerncentrale Borssele, wordt daar in de HABOG opgeslagen. Er loopt een vergunningsprocedure om de HABOG uit te breiden in verband met het langer open houden van de kerncentrale Borssele.
Bij opwerken wordt o.a. plutonium uit de brandstof gehaald. Dat is de de stof waar op de Nuclear Security Summit afgelopen maart in Den Haag afgesproken werd om het zoveel mogelijk te beperken. Dat is dus het tegenovergestelde van het scheiden wat bij opwerking gebeurt. In het slotcommuniqué van de NSS staat letterlijk: "We encourage states to minimize their stocks of HEU and to keep their stockpile of separated plutonium to the minimum  level". Nederland heeft een verdrag goedgekeurd dat opwerking (en dus het scheiden van plutonium -dat in kernwapens gebruikt kan worden) tot het midden van deze eeuw mogelijk maakt.

In dat slotcommuniqué wordt trouwens ook de foutieve en gevaarlijke aanname gemaakt dat plutonium gebruikt in MOX-brandstof (een mix van plutonium en uranium- zoals in de kerncentrale in Borssele) veel minder proliferatie-gevaarlijk is als gescheiden plutonium. Het plutonium gebruiken in MOX is maar een hele kleine barrière tegen diefstal en gebruik in kernwapens. Het is namelijk vrij eenvoudig weer te scheiden. En daarbij is het op veel meer plekken (en minder goed beveiligde plekken) aanwezig. Een splijtstofelement (een verzameling van splijtstofstaven) bevat genoeg plutonium voor een flink aantal kernwapens.

zie ook:
Nederland en non-proliferatie: plutonium
en: Nederland en non-proliferatie: Hoogverrijkt uranium