Rekenkamer: onvoldoende controle op kosten ontmanteling nucleaire installaties

Er is onvoldoende controle of er genoeg geld opzij wordt gezet voor de ontmanteling van de kerncentrale in Borssele. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een onderzoek naar de begroting en het jaarverslag 2017 van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De rekenkamer zet ook vraagtekens bij de kostenramingen voor de sloop van de kerncentrale, die eind 2033 sluit. Ook constateert de Rekenkamer dat de Hoge Flux reactor in Petten flink onderverzekerd is en de afspraken met de Europese Commissie om de ontmanteling te betalen onzeker.

De Rekenkamer publiceerde haar verantwoording van de uitgaven van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de financiële risico’s die het ministerie loopt. Na het eind vorig jaar bekend geworden rapport van de hoogambtelijke werkgroep, is dit opnieuw een rapport dat duidelijk maakt dat het maar moeizaam gaat met de Nederlandse kernenergie-sector.

Kosten ontmanteling
Over de kosten van ontmanteling van de kernenergie-installaties zegt ze dat “de regelgeving in opzet goed in elkaar zit, maar dat de uitvoering op onderdelen voor verbetering vatbaar is.” Maar in enkele gevallen wijkt de financiële zekerheidsstellingen af van de bedoeling van de wetgever; moet er bij de beoordeling van het plan voor financiële zekerheidsstelling meer "zichtbare aandacht zijn voor de beoordeling van de raming van de kosten van het ontmantelingsplan"; en moeten er “dwingender regels kunnen worden gesteld voor de te hanteren onzekerheidsmarges bij de ramingen, rentevoeten en verwachte rendementen.” Daar komt nog bij dat de kostenramingen erg onzeker zijn. Opmerkelijk is ook dat de nucleaire toezichthouder ANVS de dossiers niet op orde heeft: "dossiervorming rondom de goedkeuring van de plannen behoeft verbetering".

Over de financiële risico’s van het Rijk voor de ontmanteling van de hoge flux reactor in Petten stelt de Rekenkamer dat de Europese Commissie weliswaar verklaart heeft die te zullen betalen, maar “[D]e vraag is of dit een volledig juridisch afdwingbare zekerheidstelling is.

Aansprakelijkheid kernongevallen
In het onderzoek naar de Wet aansprakelijkheid kernongevallen (Wako) constateert de Rekenkamer dat voor één installatie, namelijk de Hoge flux reactor in Petten, het door “de exploitant verzekerde bedrag voor aansprakelijkheid onvoldoende is voor de verwachte maximale schade in geval van een kernongeval”. Die onderverzekering is ontstaan doordat het verzekerde bedrag niet hoeft te worden geïndexeerd of periodiek te worden geherwaardeerd. Gezien de garantstelling op grond van de Wako loopt het Rijk het risico dat het in geval van een kernongeval het meerdere boven het verzekerde aansprakelijkheidsbedrag moet betalen. “Voor dit risico hoeft de exploitant van deze installatie geen vergoeding aan het Rijk te betalen.
Maar, zo vervolgt het rapport, dat risico is sowieso voor het Rijk: “Als zich in Nederland een groot kernongeval voordoet waarbij de schade een veelvoud is van het bedrag waarvoor het Rijk op grond van de Wako garant staat, is het risico groot dat de rekening toch grotendeels bij het Rijk terecht komt als gevolg van maatschappelijke druk.
En dat geldt dan vooral voor de kerncentrale in Borssele “omdat bij deze installatie de schade bij een ongeval groot kan zijn in vergelijking tot de andere installaties.”