Kernenergie en verkiezingen (deel 2): partijprogramma’s 1952-2017

1952-2017: terugblik op de standpunten van politieke partijen over kernenergie aan de hand van hun verkiezingsprogramma’s
Kernenergie speelt in de programma’s voor de komende Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017 geen grote rol. Geen enkele partij pleit onomwonden voor nieuwe kerncentrales, en zelfs het openblijven van Neerlands enige kerncentrale in Borssele wordt -onder voorwaarden- alleen door de SGP bepleit. Een passage ten faveure van kernenergie in het concept-programma van de VVD, haalde niet eens het definitieve programma. Dat is wel eens anders geweest. In dit tweede deel van een drieluik over 'Kernenergie en de verkiezingen' bekijken we de verkiezingsprogramma's van de afgelopen 65 jaar, waarin we zullen zien dat voor kernenergie de 'rechts voor en links tegen' verdeling nog steeds geldt. Later deze week een poging te verklaren hoe dat komt: wat heeft rechts nu eigenlijk met kernenergie?

De PvdA heeft het voor het eerst over ‘atoomenergie’ in haar programma voor de verkiezingen van 25 juni 1952. Dan is er nog enig voorbehoud ("niet de techniek moet de mens, maar de mens moet de techniek beheersen"), maar al vier jaar later (juni 1956) is er van enige voorzichtigheid geen sprake meer. De uitbreiding van kernenergie moet krachtig gesteund worden: het Rijk moet “op ruime schaal middelen ter beschikking stellen” om de opgelopen achterstand “die Nederland op dit gebied heeft" in te lopen. Ook de KVP vind dan dat er “in het kader van de energievoorziening grote aandacht voor de ontwikkeling van de kernenergie” moet zijn. Bij de verkiezingen van maart 1959 is de euforie kompleet: de drie grote partijen (KVP, PvdA en ARP –samen 113 van de 150 zetels bij die verkiezingen) pleiten allemaal voor een door de overheid versnelde invoering van de “vreedzame toepassing der atoomenergie”. Het is volop koude oorlog en heel mondjesmaat dringt af en toe een atoom- pacifistische tendens door: de ‘vreedzame toepassing van atoomenergie’ zou misbruikt kunnen worden voor kernwapens.

Eerste aarzelingen zijn er pas bij de verkiezingen van april 1971 in het programma van de PPR, die voorzichtig pleit voor een “internationale organisatie onder toezicht van de VN die de splijtstoffen in alle landen beheert.“ Het na deze verkiezingen gevormde Kabinet Biesheuvel (KVP, ARP, CHU, VVD en DS70) publiceert een zeer ambitieus kernenergieprogramma: 35 grote kerncentrales moeten in het jaar 2000 in bedrijf zijn.

Anderhalf jaar later is de situatie al flink anders: in november 1972, bij vervroegde verkiezingen na de snelle val van het Kabinet Biesheuvel, is er bij meerdere –linkse- partijen volop twijfel. De PPR wijst kernenergie “in eerste instantie beslist af” en wil onderzoek naar de mogelijkheden van zon-, wind- en getijdenenergie. Die twijfel over kernenergie komt tot uitdrukking in het regeerakkoord (Keerpunt '72) van het Kabinet Den Uyl. Dat kabinet, bestaande uit PvdA, KVP, ARP, PPR en D66, vraagt zich in Keerpunt '72 af of het mogelijk is ”de ontwikkeling van kernenergiecentrales op te schorten”. Maar juist het Kabinet Den Uyl besluit tot de bouw van drie kerncentrales én de verhoging van de elektriciteitsrekening om de bouw van de kweekreactor in Kalkar te betalen. Pas als de PPR –de kleinste partij in het kabinet- dreigt met een kabinetscrisis, wordt de bouw van drie kerncentrales uitgesteld. Het Kalkar-besluit blijkt de katalysator te zijn voor een massale anti-Kalkar-beweging.

Vanaf 1977 staat kernenergie definitief flink ter discussie, zelfs in het allereerste programma van het CDA, voortgekomen uit een fusie van KVP, ARP en CHU, staat dat bij de toepassing van kernenergie “uiterste terughoudendheid geboden” is. De PPR gaat zelfs de verkiezingen in met de leus: “Een stem vóór de PPR is een daad tégen kernenergie!” 1977 is ook het jaar waarin de PvdA ‘om’ gaat: “Er worden geen nieuwe kerncentrales gebouwd” en het onduidelijke “Kalkar en UCN mogen geen vervolg hebben”.

De links/rechts tegenstelling is dan al duidelijk (met het CDA er een beetje middenin). Tenminste, als we de vreemde positie van de CPN even vergeten: want die zijn vóór kernenergie; het is echter wel een ‘overheidstaak’ en is veilig in bijv. de Soviet-Unie, maar niet in een kapitalistische maatschappij. Die positie van de CPN is interessant als we kijken naar de redenen waarom rechts –in het algemeen- vóór kernenergie is.

In de programma’s voor de verkiezingen van 21 mei 1986 pleitten veel partijen voor nieuwe kerncentrales: CDA, VVD, SGP en GPV (samen 85 zetels). De procedures voor de bouw waren ook volop bezig, gestart door CDA-VVD kabinet Lubbers I, toen eind april, minder dan een maand voor de verkiezingen, de kerncentrale van Tsjernobyl ontplofte en hier, tweeduizend kilometer verder, de koeien op stal moesten. Snel pasten de partijen hun standpunten aan en werden de plannen voor nieuwe kerncentrales in de ijskast gestopt.

Pas 20 jaar later wordt kernenergie weer wat populairder in de programma’s. Zelfs in 2003 mocht Borssele van het CDA wel openblijven (“zolang veilig”), maar nieuwe kerncentrales waren “gezien de afvalproblematiek” niet aan de orde. Toch beslist dat Kabinet Balkenende II (CDA, VVD en D66) tot openhouden van Borssele eerst tot 2013 dan tot 2033. Ondanks het verkiezingsprogramma van D66: "Kernenergie is onacceptabel en daarom moet Borssele dicht".
De verkiezingen van november 2006 vielen in de periode van de opkomst van populistisch rechts: de populariteit van LPF was weliswaar kortstondig en al weer aan het afnemen, maar de opkomst van de PVV was begonnen. In het PVV-programma waren precies drie woorden gewijd aan kernenergie: “Bouw nieuwe kerncentrales”. Ook VVD en CDA kozen voor kernenergie. Links (D66, GroenLinks, PvdA, SP en PvdD) was fel dan wel voorzichtig tegen. D66: “Met de huidige stand van de techniek en de kosten hebben nieuwe kerncentrales niet de eerste voorkeur”.

Terwijl D66 bij de verkiezingen in juni 2010 weer opgeschoven was richting ‘tegen’ (“Geen nieuwe kerncentrales”), maakte PvdA een tegengestelde beweging. In het concept-programma stond niets over kernenergie, maar door een aangenomen amendement op het partijcongres kwam er toch nog een weifelende alinea in: “Kernenergie zien wij niet als lange termijn oplossing om een duurzame samenleving te bereiken zolang een oplossing voor het afvalprobleem nog niet in zicht is.” De PVV had zelfs een flinke alinea over kernenergie (die “ons onafhankelijk van bijvoorbeeld Rusland en de islamitisch landen” maakt) maar vooral tegen windmolens – de ‘linkse hobby’- die het “traditionele Hollandse landschap” verstoren. Hoewel kernenergie in het programma van het CDA pas de derde optie was, na besparing en duurzame energie, was in de praktijk CDA-minister van Economische Zaken Verhagen de grote aanjager van de plannen voor nieuwe kerncentrales in Borssele.

Bij de verkiezingen van september 2012, lag het ongeluk in de Japanse kerncentrale Fukushima nog vers in het geheugen. Volgens het CDA zijn kolen- en kerncentrales “op lange termijn niet meer nodig”, zelf de PVV heeft een kanttekening (“Kernenergie blijft mits veilig en verantwoord”) zodat eigenlijk alleen de VVD en de SGP overblijven. Maar zoals vaker gezien: de politieke realiteit is heel anders dan de verkiezingsprogramma's. De afgelopen jaren pleitte, naast PVV en VVD, juist het CDA een aantal keren voor nieuwe kerncentrales.

Zoals gezegd speelt kernenergie in de programma’s voor de komende Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017 nauwelijks een rol. Geen enkele partij pleit onomwonden voor nieuwe kerncentrales, en zelfs het pleiten voor het openblijven van kerncentrale Borssele durft vrijwel geen partij aan. Alhoewel dit geen goeie graadmeter is hoe partijen precies over kernenergie denken, maakt het wel duidelijk dat de partijen geen electoraal succes verwachten door positief over kernenergie te zijn. Dat is ook niet verwonderlijk gezien de massa negatieve berichten over vrijwel alle Nederlandse nucleaire installaties in het afgelopen jaar.

De rol van kernenergie in verkiezingsprogramma’s vanaf 1952 is te vinden op de Laka-website Kernenergie in Nederland.