VN: Nederland heeft levensduur kerncentrale Borssele onrechtmatig verlengd

De beslissing in 2006 om kerncentrale Borssele twintig jaar langer open te houden had vergezeld moeten gaan van een milieueffectrapportage om zinvolle inspraak mogelijk te maken. Dat vindt de toezichtscommissie van het VN-Verdrag van Aarhus naar aanleiding van een klacht van Greenpeace in een concept-oordeel wat vrijdag is gepubliceerd. In 2006 besloten de overheid en de eigenaren van de kerncentrale om de in 1973 in bedrijf genomen kerncentrale twintig jaar langer - dus tot 2034 - in bedrijf te houden. Daarbij werden milieugevolgen zoals veroudering, de inzet van Plutonium en de grotere productie van kernafval niet systematisch in kaart gebracht. Ten onrechte, volgens de klachtencommissie van het Verdrag wat ook door Nederland is geratificeerd.
Dit is de tweede keer in korte tijd dat Nederland om haar kernenergiebeleid op de vingers wordt getikt: Vorige week nog kreeg Nederland een Europese aanmaning om tekortkomingen in het nationale kernafvalbeleid.

Met de ontwerp-uitspraak bevestigt de Compliance Committee dat het toestaan van levensduurverlenging van kerncentrale Borssele zonder dat milieueffecten in kaart zijn gebracht én zijn meegenomen bij de besluitvorming, niet voldoet aan het VN-Verdrag van Aarhus. Met het Verdrag is vastgelegd aan welke voorwaarden toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden moet voldoen.

"De commissie constateert dat door te besluiten 31 december 2033 als einddatum voor de exploitatie van de kerncentrale Borssele vast te stellen via het [Borssele-]convenant van 2006 en de bijbehorende wijziging van de Kernenergiewet 2010, zonder te voorzien in inspraak van het publiek die voldoet aan de vereisten van artikel 6, is de besluitvorming van de betrokken partij, niet in overeenstemming met artikel 6, lid 4, juncto artikel 6, lid 10, van het verdrag."

Begin mei oordeelde de Raad van State nog dat er geen milieueffectrapportage nodig zou zijn voor het 20 jaar langer openhouden van Borssele. Dit was al de tweede keer dat Laka en Greenpeace hierover bij de Raad van State bot vingen. De Raad van State wilde er beide keren niet aan. Greenpeace had op in 2014 echter, nadat de Raad de vergunning voor Borssele tot 2034 onherroepelijk had verklaard, ook een klacht ingediend bij de Compliance Committee van het Aarhus-verdrag. Volgens Greenpeace was een MER namelijk wèl verplicht om de milieugevolgen in beeld te krijgen en te voldoen aan wettelijke voorwaarden rondom milieu-inspraak. Inspraak was er beide keren wel, maar omdat de milieueffecten van 20 jaar langer kernenergie opwekken niet in kaart waren gebracht, konden de insprekers die niet precies overzien. Greenpeace en Laka hadden milieugevolgen toch maar in de procedure aangekaart, maar de minister stelde zich op het standpunt dat milieugevolgen niet hoefden te worden meegenomen "omdat er fysiek in de kerncentrale toch niets zou veranderen". Daarmee had inspraak weinig zin. En dat standpunt van de minister was volgens de uitspraak van het VN-Comité dus onrechtmatig.

Wat de gevolgen zijn van de (concept-)uitspraak voor kerncentrale Borssele en wanneer er nu alsnog een milieueffectrapportage wordt opgesteld is nog niet bekend. Na de zomer wordt het definitieve oordeel van de Commissie verwacht. Greenpeace zal waarschijnlijk een m.e.r. eisen bij het eerstvolgende moment dat de toezuchthouder ANVS toestemming moet verlenen voor het heropstarten van de kerncentrale.

Deze uitspraak heeft verder grote gevolgen voor kerncentrales waarvan de levensduur is verlengd zonder dat er een m.e.r. is opgesteld. Zoals in Doel en Tihange.

Zeer recent werd ook het Nederlandse kernafvalbeleid al onvoldoende beoordeeld: de Europese Commissie maande Nederland aan Europese voorschriften over het beheer van vebruikte splijtstof en radioactief afval correct goed in beleid om te zetten.