Het is vijftien jaar geleden dat het kernramp in Fukushima plaatsvond, de zwaarste civiele kernramp in Japan. De gevolgen waren (en zijn) enorm: massale evacuaties, hoge economische kosten en blijvende onzekerheid over de energievoorziening. Toch domineert al jaren één officieel narratief: dat de vrijgekomen straling te laag was om grote gezondheidsrisico’s te veroorzaken en dat vooral angst en stress de echte boosdoeners waren. Dit frame wordt regelmatig herhaald, bijvoorbeeld wanneer Rafael Grossi, directeur-generaal van het Internationaal Atoom Energie Agentschap, stelt dat “niemand is gestorven aan straling in Fukushima”. Ook de World Nuclear Association stelt nog steeds dat “er geen sterfgevallen of gevallen van stralingsziekte zijn geweest als gevolg van het nucleaire ongeval”. Deze opmerkingen zijn niet bijzonder verrassend, vooral omdat ze afkomstig zijn van organisaties die de voordelen en veiligheid van kernenergie promoten.
Toch zijn deze uitspraken niet zonder problemen. Het blijft sowieso moeilijk om precies vast te stellen hoeveel slachtoffers er door Fukushima zijn gevallen. Dit is bij nucleaire rampen altijd ingewikkeld. Daarnaast zitten er drie belangrijke tekortkomingen in het verhaal dat vaak wordt herhaald. Die gaan over hoe mensen langere tijd kleine hoeveelheden straling kunnen krijgen, over sterfgevallen die indirect met de ramp te maken hebben, en over de neiging om vooral naar cijfers te kijken die niet het hele verhaal vertellen. Lees verder →